Verslingerd aan het leven

Gepubliceerd op: 01-04-2011

Verslingerd aan het leven lezersreactie van Remke Hille op het interview Begeleiding, noodzakelijke hulp of slavernij

Het bood een pakkend tafereel: twee vriendinnen samen op stap. Ze hadden lol samen, bespraken van alles en namen deel aan een welgevulde verenigingsmiddag. de ene vrouw zat in een rolstoel, de andere begeleidde haar. Beider contact kwam ongedwongen over, gelijkwaardig ook. des te benauwender de situatie dat iemand over het tafelblad hangend met tas en jas over zich heen bewegingloos op hulp wachtte. Altijd plezierig, luisteren naar iemand die het heft in eigen hand neemt, moeilijk aanvaarden als iemand met zichzelf hoorbaar worstelt. wat gaat er door een mens heen dat hij een hulpvraag als slavernij opvat, is een begeleider dan heus zijn slaaf? Ik moet bekennen altijd iets te overwinnen om ergens hulp te durven inroepen. Er zijn mensen die dat nimmer doen: de chauffeur rijdt tien rondjes door de straat heen, de brievenbesteller torst zware pakketten op de fiets, een moeder steekt over met drie kleintjes om haar benen en De collega draait overuren zonder kosten te declareren. Het gaat allemaal goed, na modderen en ploeteren. 'Ikke zelluf doen' is de mens wat waard. Maar daarbij, de ene dienst vergt meer dan de andere. Ik voel me de koning te rijk als mijn inzet wordt beloond en ik het probleem zelf de baas kan. Vaak kost dat alleen ook wat: tijd, energie of durf. Lef om aan te geven wat ik eigenlijk juist vóór me wil houden. Mijn kwetsbare kant is dat ik niet kan zien. Kwetsbaar, waarom? Enigszins overgeleverd in hetgeen ik niet machtig ben, lanceer ik me op de piste van het zijn. Van kindsbeen aan heb ik die handicap. Ik merkte er eerst niet veel van want thuis kende ik de weg en ik ontdekte alle dingen met de hand of met mijn neus. Vanzelfsprekend schoven mijn vader en moeder de voorwerpen binnen de reikwijdte van mijn handen. Mijn grootouders namen me bij de hand als we ergens heen gingen. Welk kind wordt er nou niet bij de hand genomen. Niets bijzonders aan. Ik stond mijn vrouwtje want op straffe van uitsluiting tijdens kinderspelletjes begon ook ik te rennen en te springen, sloeg ik mijn snater erin om toch maar mee te kunnen spelen met knutselclub, kabouterfeest, verjaardagen of Paasontbijt. Ten dele oogstte ik begrip, voor het andere deel incasseerde ik behoorlijke klappen. kwamen die wat al te hard aan dan verkoos ik mijn isolement boven de pijn. lang heb ik me afgevraagd welke pijn. Ik denk dat het het leed is te worden afgewezen. Maar met een handicap krijgt men er de afhankelijkheid bij. Praktisch is dat niet, die afhankelijkheid, want het betekent een soortement veroordeeld om hulp te moeten vragen. op momenten dat het onmogelijk lijkt te zijn iemand aan te spreken. op tijdstippen dat iedereen haast heeft. Ik geniet er altijd intens van dat ik niks moet in het leven. Op mijn dooie akkertje slenter ik rond. Ik bedoel, ik wriemel me langs allerlei paaltjes, kisten en brommers op het trottoir. Ik blijf op mijn achterste zitten en prakkizeer me suf hoe ik dadelijk van Deventer centraal het centrum in kom, - Ik blijf uiterst kalm en me bewust dat het mag en niet moet, dat ontstresst, -, maar heb ten slotte toch hulp nodig. zelfs heb ik in al die jaren hulpvragen de rust gevonden wanneer iemand niet kan helpen, of niet reageert. Mensen zijn er genoeg om me heen. Alleen moet je niet al te lang al te kalm blijven. Je moet je melden wanneer je levensbelangrijke zaken als lezen en schrijven opeens onmogelijk worden gemaakt. Je moet aan de bel trekken als die urgente levensbehoeftes teveel van je eigen kunnen blijken te vragen. Woede in mijn buik, woede is een drijvende oerkracht waaraan ik moet appelleren. Bij hulpverlenen ben je met een handicap veelvuldig afhankelijk van instanties. het wordt oppassen geblazen wanneer er van hogerhand beslist wordt over wat je kunt en wat niet. Opkomen voor mijzelf blijft eenhele kluif omdat te worden geconfronteerd met de willekeur van de ander nooit fijn is. me inlezend en informerend over wat ik tegenkom onderweg, - internetten, plattegronden ontcijferen, buslijnen en looprichtingen memorerend, - sta ik toch telkens weer voor raadselen. Mij helpt het bij al dat onvoorziene steevast te geloven in die ongrijpbare positieve kijk. Het goeie kantje van medereiziger, voorbijganger of buurman naar boven krijgen. het onverwachte op de route dat ik niet vantevoren kan uitstippelen bergt ook de spontane ingeving. Het is niet erg om moeite te doen. Leve de zelfredzaamheid. ik heb bij alle, overigens heerlijke, dwaalwegen ervaren dat de man of vrouw van wie ik hulp kreeg daar een stukje verder mee kwam, er ook niet zelden een beetje vrolijker bij werd. Natuurlijk blijft het zaak de voelsprieten uit te steken. Het is en blijft vervelend om mensen te horen smoezen 'dat is een blinde' temeer omdat het me degradeert tot blindheid, zonder dat de ander geïnteresseerd lijkt in wie ik echt ben, behalve blind. Maar het feit ligt er: ik heb een visuele handicap en die springt nog het eerst in het oog ook. die horde moet ik nemen: krijgen mensen mij in het vizier dan zien ze eerst dat ik blind ben, krimpen ineen van schrik en zijn het twee seconden later vergeten. slavernij, zo komt het me voor, is gelegen in die nontkoombaarheid. de ander geef ik alle ruimte, zegt een meester, slaaf ben ik slechts van mezelf. Ik ben een vrouw vol ambitie, bruisend van levenslust. Er stromen energieën. het hele leven dwingt tot handelen. Er moet op een dag zo ontelbaar veel worden opgelost. Hulpvragen maakt mij daarom treurig dat het botst met mijn hang vrij te zijn. Wie is de slaaf? zelfbeschikking zit van binnen. Ik leg mezelf aan mijn medemens uit in de hoop dat hij durft hulp te bieden, of dat hij ooit ook de moed heeft mij om hulp te vragen.


© 2013 - Mensenleven — Ontwikkeld door RBTS